Wat is grammatica

“Grammatica is het systeem van regels en principes voor het schrijven, het spreken en het begrijpen van de Nederlandse taal”

Grammatica is een van de belangrijkste bouwstenen van de Nederlandse taal. Voor onze taal geldt: als je die wilt leren, moet je ook weten wat daarvan de regels zijn. Dit is goed uit te leggen aan de hand van een voorbeeld.

 

Voordat je als kind de taal van je ouders leert spreken, leer je eerst om verschillende klanken te maken. Die klanken vorm je na verloop van tijd om tot woorden. Vervolgens leer je – door goed te luisteren – om de woorden op de juiste manier achter elkaar te zetten. Hierdoor ontstaan zinnen die ook voor anderen te begrijpen zijn. Voor het bepalen van ‘de juiste manier om de woorden achter elkaar te zetten’ leer je onbewust allerlei regels. Nu komen wij bij de kern van grammatica: alle woorden en regels die je hebt geleerd vormen gezamenlijk de grammatica van onze taal.

 

Wikipedia zegt het volgende over grammatica: de spraakkunst, spraakleer of grammatica is binnen de theoretische taalkunde de benaming voor de studie, beschrijving en verklaring voor alles wat met de systematiek van een natuurlijke taal of kunsttaal te maken heeft.

 

In het Latijn betekent grammatica taalwetenschap. In het Grieks zegt men grammatikos (die kan lezen en schrijven, zelfstandig gebruikt: onderwijzer, tekstverklarend geleerde), grammatikè (de kunst van spreken en schrijven) of gramma (letterteken, letterklank, geschrift).

Grammatica gaat over woordsoorten, zoals:

  • Lidwoorden
  • Zelfstandige naamwoorden
  • Bijvoeglijke naamwoorden
  • Persoonlijke voornaamwoorden
  • Bezittelijke voornaamwoorden
  • Betrekkelijke voornaamwoorden
  • Vragende voornaamwoorden

Grammatica gaat ook over zinsdelen, zoals:

  • Persoonsvormen
  • Onderwerp
  • Werkwoordelijke gezegden
  • Meewerkend voorwerp
  • Lijdend voorwerp
  • Bijwoordelijke bepalingen

Test hieronder je kennis

In deze zinnen staan veel voorkomende grammaticafouten. Hoe goed lukt het jou om deze te herkennen?

  1.  Hun komen morgen rond om 13.00 uur aan op het station.
  2. Het cadeau wat je vorig jaar voor me hebt gekocht, vond ik heel mooi.
  3. Zij kan aanzienlijk beter leren als haar zusje.
  4. We hoeven ons helemaal niet zorgen te maken over ons geld.
  5. Haar dochter heeft me opgebeld en is in verwachting van een tweeling.

 

Hieronder staan de zinnen nogmaals, maar nu zonder de grammaticafouten.

  1. Zij komen morgen rond om 13.00 uur aan op het station.
  2. Het cadeau dat je vorig jaar voor me hebt gekocht, vond ik heel mooi.
  3. Zij kan aanzienlijk beter leren dan haar zusje.
  4. We hoeven ons helemaal geen zorgen te maken over ons geld.
  5. Haar dochter heeft me opgebeld en zij is in verwachting van een tweeling.

 

Heeft u moeite met grammatica? Onze taalspecialisten verbeteren teksten voor particulieren, bedrijven, non-profitorganisaties en overheidsinstanties. Neem gerust contact op voor een vrijblijvende offerte voor het nakijken  van uw tekst.